De provincie Limburg gebruikt cookies om jouw surfervaring op deze website gemakkelijker te maken.

Strikt noodzakelijke cookies
Deze cookies zijn strikt noodzakelijk om in de site te navigeren, of om te voorzien in door jou aangevraagde faciliteiten.
Functionaliteitscookies
Deze cookies verbeteren van de functionaliteit van de website door het opslaan van jouw voorkeuren.
Prestatiecookies
Deze cookies helpen om de prestaties van de website te verbeteren, waardoor een betere gebruikerservaring ontstaat.
Online surfgedrag gebaseerde reclame cookies
Deze cookies worden gebruikt om op de gebruiker op maat gemaakte reclame en andere informatie te tonen.

A tot Z (Weetjes)

Limburg boomt

Wilgen en bijtjes

De felgekleurde wilgenkatjes zijn een van de eerste tekenen dat de natuur terug in bloei komt na een lange winter. Voor veel vroegvliegende insecten zijn de katjes met hun nectar en stuifmeel van levensbelang. Sommige hommels en wilde bijen hebben een uitgesproken voorkeur voor de wilg en andere zijn er zelfs uitsluitend van afhankelijk. Dat merk je ook aan hun naam, denk maar aan de (donkere) wilgenzandbij of de wilgenhommel.

De grijze zandbij heeft geen verwijzing naar "wilg" in zijn naam, maar verzamelt toch uitsluitend stuifmeel van wilgen. Wilgen binnen een straal van 500 meter rondom droge, zandige en dunbegroeide plaatsen zijn dan ook van levensbelang voor het in stand houden van de grijze zandbijtjespopulatie.

Je kunt de grijze zandbij makkelijk herkennen. Het dichtbehaarde borststuk van het vrouwtje lijkt wel een grijze vacht. Het achterlijf is zwart glimmend. Bij het mannetje is de beharing minder opvallend.

Hoe meer soorten, hoe meer vreugd

Wilgenstruweel herbergt doorgaans weinig plantensoorten. De ondergroei is niet interessant voor bijen en hommels. Des te belangrijker is het dat er verschillende wilgensoorten in het wilgenstruweel staan. Elke soort bloeit op een ander tijdstip, zodat er een langdurig aanbod aan stuifmeel en nectar is.

Ook van belang is de standplaats: wilgen op een zonnige, windluwe plaats trekken de meeste insecten aan.

Hoewel bijen verzot zijn op wilgen, nestelen ze meestal in aangrenzende, drogere vegetaties of op ruime afstand van het wilgenstruweel. Bodemnestelaars houden niet van de natte bodem bij wilgenstruwelen.
Afgestorven wilgen doen wél uitstekend dienst als nestplaats voor bijen die hun nest bovengronds bouwen.