De provincie Limburg gebruikt cookies om jouw surfervaring op deze website gemakkelijker te maken.

Strikt noodzakelijke cookies
Deze cookies zijn strikt noodzakelijk om in de site te navigeren, of om te voorzien in door jou aangevraagde faciliteiten.
Functionaliteitscookies
Deze cookies verbeteren van de functionaliteit van de website door het opslaan van jouw voorkeuren.
Prestatiecookies
Deze cookies helpen om de prestaties van de website te verbeteren, waardoor een betere gebruikerservaring ontstaat.
Online surfgedrag gebaseerde reclame cookies
Deze cookies worden gebruikt om op de gebruiker op maat gemaakte reclame en andere informatie te tonen.

A tot Z (Weetjes)

Limburg boomt - Berk

Dame van het woud of Don Juan?

De berk, zo zou je denken, is eenvoudig te herkennen: de witte stam valt meteen op. Toch is die witte stam niet het meest typische kenmerk. De afblottende schors is dat wel: bij alle berkensoorten vallen flinterdunne reepjes van de stam.

Door het sierlijke uiterlijk is de berk een echte muze geworden. De "witte vrouw met de groene sluier" werd door de Engelse dichter Coleridge ook "the lady of the Woods" genoemd. Andere schrijvers houden het op "jonkvrouwelijk" of ... "vroom". Maar laat je niet om de tuin leiden.

De boom is een taaie rakker die het erg goed doet in het Hoge Noorden. Onze berken zijn een van de eerste bomen die groeien op "kale" grond (bijvoorbeeld na een kap). De berk is een echte pionier en wordt in onze streken maximum 80 jaar oud. Meteen de reden waarom je hier nooit heel dikke berken vindt.

Liederlijk leven

Bij ons komen de ruwe berk (Betula pendula) en de zachte berk (Betula pubescens) voor. De namen spreken voor zich. Het Latijnse "pendula" betekent letterlijk hangend en "pubescens" staat voor behaard.

Je kunt ze al van ver goed van elkaar onderscheiden. De zachte berk is wit tot aan de bodem; de ruwe berk is onderaan zwart en zwaar gegroefd. De twijgen van de ruwe berk voelen ook ruw aan als je ze door je hand laat glijden.
De zachte berk komt van nature alleen voor op zure gronden aan de bovenloop van beken en in de buurt van vennen. Zelfs in natuurreservaten kom je hem niet zo vaak tegen.
De ruwe berk vind je in bossen, heide en ruraal gebied. Denk maar aan de kromme berk die weer en wind doorstaat op de Limburgse heide.

Maar nu komt het angeltje: er zijn talrijke hybriden tussen deze twee soorten en ze hebben in het verleden flink wat genen uitgewisseld met elkaar. Geen enkele boom is zo promiscue als de berk!

Pollen en sneeuw

Botanisch zijn berken verwant met elzen. Net als elzen dragen berken mannelijke en vrouwelijke bloemen,  "de katjes", op dezelfde bomen. Het verschil els-berk zit in het feit dat elzen elzenproppen (een verhout katje) maken die na verspreiding van het zaad in hun geheel afvallen. Bij berken vallen de katjes uit elkaar.

Met die katjes begint het verhaal over hooikoorts. Het stuifmeel, dat door de wind wordt verspreid, zorgt van eind maart tot half april voor klachten bij hooikoortspatiënten. Berk en els zijn bomen die - sinds 1982 – nauwlettend in het oog worden gehouden door een heus surveillancenet van de dienst Mycologie & Aerobiologie van het Wetenschappelijk Instituut van Volksgezondheid. Zij meten de hoeveelheid stuifmeel in de Belgische lucht, te volgen op airallergy.wiv-isp.be.

In augustus zijn het de vruchtjes en de uiteenvallende katjes van de berk die "alarm doen slaan". De bruine sneeuwvlokjes bezorgen de overijverige tuinier het nodige werk.