De provincie Limburg gebruikt cookies om jouw surfervaring op deze website gemakkelijker te maken.

Strikt noodzakelijke cookies
Deze cookies zijn strikt noodzakelijk om in de site te navigeren, of om te voorzien in door jou aangevraagde faciliteiten.
Functionaliteitscookies
Deze cookies verbeteren van de functionaliteit van de website door het opslaan van jouw voorkeuren.
Prestatiecookies
Deze cookies helpen om de prestaties van de website te verbeteren, waardoor een betere gebruikerservaring ontstaat.
Online surfgedrag gebaseerde reclame cookies
Deze cookies worden gebruikt om op de gebruiker op maat gemaakte reclame en andere informatie te tonen.

A tot Z (Weetjes)

Limburg boomt - beuk

De beuk (Fagus sylvatica): kathedraal van het bos

Weinig bomen hebben de allure van de beuk. Hij wordt niet voor niets de kathedraal van het bos genoemd.

Het bekendste beukenbos van België is het Zoniënwoud, waar kaarsrechte beukenpilaren naar de hemel reiken. In Limburg vind je zo’n bossen bijna niet, hoewel er hier en daar wel een beuk staat te glunderen in het bos. In oude parken en kasteeldomeinen vind je hem wel.

De beuk is een goed herkenbare, statige boom die bijna geen introductie nodig heeft. Het geslacht Fagus is eerder klein met een tiental soorten in het noordelijk halfrond. 

Wil je beuken leren kennen, moet je in het Arboretum van Bokrijk zijn. Maar let op, beuken op naam brengen is geen eenvoudige opdracht. Alle beuken hebben een licht golvend blad waarvan de nerven net een veer vormen, een gladde grijze schors en eetbare nootjes. Die zitten per drie in een napje: een klein prikkelig bolstertje. In de herfst vind je ze in overvloed rondom de beuk.

Dak van bladeren

Beuken worden ongeveer 200 jaar oud en kunnen dan wel 45 meter hoog worden.

Eenmaal volwassen, vormt de beuk een geweldig brede kroon, waardoor je wel onder een dak van bladeren lijkt te lopen. Nadeel is dat er bijna geen zonlicht meer tot op de bodem geraakt. Vandaar dat in beukenbossen weinig begroeiing in de kruidlaag is.

Ook nieuwe beukenboompjes hebben het moeilijk. Komt een beukenzaadje toch tot kiemen, dan krijgt het te weinig zonlicht en groeit het slecht. Soms blijft zo’n beukje wel 40 jaar klein.

Rode kool voor beukjes

Maar de beuken hebben een slimme oplossing voor hun groeiprobleem bedacht. De grote beuken - de moederbomen - zorgen namelijk voor hun kleintjes.

Bij die zorg speelt het rodekoolzwammetje een belangrijke rol. Dat zwammetje ent zich op de wortels van de beuk. Het krijgt suikers van de boom en in ruil krijgt de beuk voedingsstoffen van de rodekoolzwam. Datzelfde rodekoolzwammetje plant zich ook voort op de wortels van een jonge beuk in de buurt en neemt de voedingsstoffen van de grote beuk met zich mee, zodat de kleine beuk alsnog kan groeien.

Als de moederbeuk begint af te takelen, komt er meer licht op de jonge beuk en kan hij verder uitgroeien tot volwassen boom. Dan begint de cyclus opnieuw en opnieuw, maar dan zijn we alweer honderden jaren verder …

Verbeuking

Bij ons is alleen de gewone groene beuk (Fagus sylvatica) algemeen bekend. Je vindt hem in bossen, parken
en brede lanen. Bij enkele Haspengouwse kastelen vind je monumentale beukendreven: de rode  dreef in Mechelen-Bovelingen, tegenover het kasteel van Heers of bij het Wit Kasteel in Kerkom.

Die gewone beuk is niet inheems. Van nature groeit hij boven de 500 meter hoogte. Daar vormt  de beuk zelden of nooit monotone bossen. 
Dat is bij ons even anders. Neem nu het Zoniënwoud: imposant om te zien, maar door het gebrek aan variatie ecologisch minder waardevol. De beuk doet het op de wat armere en zuurdere gronden zo goed dat men zelfs spreekt van "verbeuking".