De provincie Limburg gebruikt cookies om jouw surfervaring op deze website gemakkelijker te maken.

Strikt noodzakelijke cookies
Deze cookies zijn strikt noodzakelijk om in de site te navigeren, of om te voorzien in door jou aangevraagde faciliteiten.
Functionaliteitscookies
Deze cookies verbeteren van de functionaliteit van de website door het opslaan van jouw voorkeuren.
Prestatiecookies
Deze cookies helpen om de prestaties van de website te verbeteren, waardoor een betere gebruikerservaring ontstaat.
Online surfgedrag gebaseerde reclame cookies
Deze cookies worden gebruikt om op de gebruiker op maat gemaakte reclame en andere informatie te tonen.

A tot Z (Weetjes)

Limburg boomt

Werkgroep zoekt boom

De Bomenwerkgroep wil het bomenbestand van onze provincie bestuderen, in kaart brengen en mee in stand houden. Zo willen ze op termijn een echte bomencultuur in Limburg creëren. Wij spraken met voorzitter Clem Verheyden en ondervoorzitter Jef Van Meulder, die ons graag wat meer vertelden over het hoe en waarom van deze recent opgerichte LIKONA-werkgroep.

Waarom heeft het zo lang geduurd voor er een bomenwerkgroep kwam?

Clem: Het idee leefde al een hele tijd. Bomenliefhebber Christophe Vanderlinden contacteerde begin 2014 een aantal mensen, waaronder Jef en mij, en zo ging de bal aan het rollen. Ons eerste werk was een inventaris opstellen van wat al geïnventariseerd is, om dubbel werk te vermijden. Onder andere de gemeentelijke groendiensten, privé-eigenaars en het Agentschap voor Natuur en Bos beschikken namelijk al over heel wat gegevens over bijzondere bomen.

Jef: Bomen vormden een hiaat binnen LIKONA. Nochtans is Limburg toonaangevend op het gebied van natuurstudie én beschikken de Limburgse gemeenten over een geweldig bomenpatrimonium. Alleen zijn ze zich hier helaas niet altijd even goed van bewust. Meten is weten.

Wat maakt een boom merkwaardig?

Clem: De redenen waarom iemand een bepaalde boom bijzonder vindt, kunnen heel uiteenlopend, persoonlijk en emotioneel zijn. Dat kan gaan van de ouderdom, de grootte, de vorm, tot de zeldzaamheid en natuurlijk ook het gebruik van of de verhalen over die boom. De boom kan zich in een bos, park, dreef of privédomein bevinden. Wanneer de boom zich op een privédomein bevindt, vragen we wel steeds toestemming aan de eigenaar om de boom te mogen bekijken en op te nemen in onze databank. We merken vaak dat eigenaars zelf heel fier zijn op hun bijzondere bomen, of dat ze met andere ogen naar hun eigen boom gaan kijken als ze er meer over te weten komen.

Ook solitaire bomen komen in aanmerking. Het verhaal daarachter is heel divers. Vaak zijn het zaailingen die al een bepaalde grootte hadden en die men dan maar heeft laten staan. Andere zijn bijvoorbeeld geplant als kapelboom of grensafbakening. Van alle merkwaardige bomen noteren wij de Nederlandse en de wetenschappelijke benaming, de hoogte, de dikte van de stam gemeten op anderhalve meter hoogte, de exacte coördinaten van de standplaats en alle bijzonderheden.

Wat gebeurt er met de verzamelde informatie?

Clem: Eerst en vooral worden deze gegevens gebruikt om de databanken van de Vlaamse overheid aan te vullen. In een latere fase selecteren we de meest merkwaardige bomen voor een heuse Limburgse bomenatlas. Hierbij zal de focus meer liggen op de verhalen achter de bomen, wat hen zo merkwaardig maakt. Dat is een gigantisch werk. De Vlaamse overheid beschikt over uitgebreide boomdatabanken, maar daarin staan nauwelijks gegevens over het verhaal of de achtergrond van de bomen.

Wat voor verhalen zitten er zoal achter bomen?

Clem: Bomen hebben altijd een grote rol gespeeld in het leven van mensen. Er bestond hier vroeger een echte bomencultuur waarin bomen werden vereerd. Later werd een kapelletje aan een boom gehangen of werden er bomen rond een kapel geplant. Bomen fungeerden ook vaak als grens of grenspalen, vooral oude lindebomen en geknotte eiken. Er werd ook recht gesproken onder bomen. Een mooi voorbeeld is de Tjenneboom in Mettekoven, die fungeerde als grens tussen drie gemeenten en waaronder heksen en boeven veroordeeld werden. Er staan ook heel wat bijzondere bomen op kasteeldomeinen. De kasteelheren van weleer waren echte verzamelaars, bijvoorbeeld van Ginkgo’s en Sequoia’s. Sommige parkbomen zijn algemeen geworden. Denk maar aan de Robinia.

Jef: De Amerikaanse eik werd hier in de 19e eeuw op kasteeldomeinen als laanboom aangeplant. Nu vind je deze boom overal. In de 19e eeuw waren de Engelse landschapsparken in Victoriaanse stijl helemaal in. Bomen waren een statussymbool voor grondbezitters. De hoofdtuinier was een van de belangrijkste mensen op een kasteeldomein. Van de exotische bomen die werden aangeplant in de kasteelparken, gingen er heel wat dood omdat ze niet aangepast waren aan ons klimaat. Zo zijn er verschillende soorten eiken ingevoerd, maar enkel de Amerikaanse eik overleefde.

Jullie zijn zeker niet enkel op zoek naar inheemse merkwaardige bomen.

Jef: Klopt. De termen inheems en uitheems zijn arbitrair. Men gaat altijd uit van de situatie na de laatste ijstijd, maar van sommige soorten weet men niet zeker hoe lang ze hier al voorkomen. Zo zijn er in de mijnen fossielen van Ginkgobladeren gevonden. Men weet bijvoorbeeld ook niet met zekerheid waar de notenboom vandaan komt. Dat de Romeinen de kastanjeboom hier introduceerden, staat wel vast.

Clem: Het is niet omdat een boom van elders komt, dat hij hier niet zou passen. Natuurlijk zijn er wel problemen met bepaalde invasieve soorten, die andere soorten overwoekeren. Maar ook daar moet je de nodige kanttekeningen maken. Ook inheemse soorten kunnen plots invasief worden op bepaalde locaties en onder bepaalde milieuomstandigheden. Denk maar aan adelaarsvaren. Of hebben met ziekten te kampenn denk maar aan de olm, die nagenoeg uitgestorven is. Ook de es dreigt volledig te verdwijnen door toedoen van de essenziekte. Nochtans zijn dat typische soorten van hier. Amerikaanse vogelkers wordt dan weer de bospest genoemd omdat hij invasief is en er werden al miljoenen geïnvesteerd om hem uit te roeien.

Jef: En dat terwijl uit een recente studie blijkt dat Amerikaanse vogelkers na 5 à 10 jaar evenveel insecten aantrekt als onze inheemse boskers.

Je zou denken dat er al een enorm breed draagvlak voor bomen bestaat. Denk maar aan de recente, massale protesten tegen het kappen van het Essersbos.

Jef: Ja en neen. Er zijn veel mensen die liever geen bomen in de tuin of in de straat hebben, omdat ze bomen vooral associëren met het ruimen van bladeren en stormschade. De overheid doet hier ook veel te weinig voor. In de VS lopen grote reclamecampagnes om mensen aan te sporen om bomen in hun tuin te planten. Je ziet er dan ook gigantische bomen in woonwijken. De diepgewortelde angst dat bomen in tuinen of lanen zouden omwaaien, is typisch Vlaams. In het buitenland heeft men veel minder angst voor vallende bomen en bladeren. In Maastricht vind je bijvoorbeeld prachtige, monumentale laanbomen.

Kunnen mensen zich aansluiten bij de Bomenwerkgroep?

Clem: Absoluut, we hebben niet liever. Men mag altijd contact opnemen. Binnenkort beginnen we overigens met een opleiding inzake bomen, bestaande uit drie excursies, waarbij iedereen de basics kan aanleren. In de excursies wordt achtereenvolgens gefocust op de zomerkenmerken (blad, bloesem), de winterkenmerken (knoppen, schors) en de herfstkenmerken (vruchten). Na afloop kunnen de deelnemers een dertigtal bomen herkennen.

In het kader van de campagne "Limburg boomt" organiseren we vanaf oktober ook een jaar lang maandelijks een bomenwandeling voor het brede publiek. Deze gratis uitstappen worden begeleid door diverse specialisten, veelal van de Bomenwerkgroep zelf. Zo willen we mensen uitnodigen om mee bomen te gaan bekijken en ons vrijwillgersnetwerknetwerk uitbreiden.