De provincie Limburg gebruikt cookies om jouw surfervaring op deze website gemakkelijker te maken.

Strikt noodzakelijke cookies
Deze cookies zijn strikt noodzakelijk om in de site te navigeren, of om te voorzien in door jou aangevraagde faciliteiten.
Functionaliteitscookies
Deze cookies verbeteren van de functionaliteit van de website door het opslaan van jouw voorkeuren.
Prestatiecookies
Deze cookies helpen om de prestaties van de website te verbeteren, waardoor een betere gebruikerservaring ontstaat.
Online surfgedrag gebaseerde reclame cookies
Deze cookies worden gebruikt om op de gebruiker op maat gemaakte reclame en andere informatie te tonen.

A tot Z (Weetjes)

Limburg boomt

De ene kers is de andere niet

Het geslacht Prunus - kersen - omvat meer dan 400 soorten en nog meer gecultiveerde bomen en struiken. Hieronder vind je groenblijvende struiken, zoals de laurierkers (niet te verwarren met laurier) en natuurlijk het bekende steenfruit: kersen, maar ook amandelen, abrikozen, nectarines, perziken en pruimen. Kenmerkend is de steen met het zaad in het vruchtvlees.

De leden van de Prunus-groep vertonen veel gelijkenissen, al zijn er ook verschillen. Zo heeft de pruim een afgeplatte en zwaar gegroefde steen en is die van de kers glad en rond. Soms eten we niet de vrucht maar het zaad, zoals bij amandelen.

Doornroosje

Eén van de vroegst bloeiende kersen is de sleedoorn (Prunus spinosa). De Latijnse naam "spinosa" betekent letterlijk "stekelig". Het is dan ook een warrige, doornige struik met kleine, zure vruchten. Het gerucht gaat dat niet de rozenstruik maar de sleedoorn model heeft gestaan voor het sprookje van Doornroosje. Het sterk en ondoordringbaar struweel leverde volgende beschrijving op: "De doornen bleven - alsof ze handen hadden - vast met elkaar verbonden, en de jongelingen bleven er in hangen, konden niet meer loskomen en stierven een jammerlijke dood."

De blauwe pruimpjes worden in Voeren gebruikt om het lekkere "Voerdrupke mit Sjlieëkreke" te maken.

De minder opvallende inheemse vogelkers, Prunus padus, komt in eerder schaduwrijke loofbossen voor en groeit soms in houtkanten. Je kunt onze vogelkers onderscheiden van zijn Amerikaanse "neef" (Prunus serotina) aan het doffe blad en de afhangende bloemenpluimen.

Zoete lekkernij

De boskers, Prunus avium, is een geval apart. De boom komt in tegenstelling tot de zure kers of kriek (Prunus cerasus) van nature in Vlaanderen voor en dan vooral op warme plekken met een lemige, goed doorlatende grond.

De boskers levert hout dat uitstekend geschikt is voor het maken van meubels. De vruchten zijn eetbaar, maar niet speciaal lekker. De soort is erg geliefd bij insecten die afkomen op het stuifmeel en de nectar. Op die manier bestuiven ze de bloesems. Een ander lokmiddel zijn de honingklieren op de bladsteeltjes. Mieren zijn verzot op deze zoete lekkernij en beschermen de boom meteen tegen bladetende insecten. De boskers is ook een van de waardplanten van het vliegend hert, de grootste kever in België.

Prunus avium is in Vlaanderen al sinds de middeleeuwen in cultuur als fruitboom, alom bekend als "zoete kers". De naam zoete kers wordt dus gebruikt voor de cultuurvariëteiten. De grote, sappige kersen uit de winkels zijn het resultaat van selectie en veredeling.

De kersenbomen uit boomgaarden en tuinen worden niet gezaaid, maar "op maat gemaakt". Op een onderstam wordt een twijg of  knop aangebracht, het zogenaamde enten. Dit garandeert de groei van fruit met een bepaalde kwaliteit. De boskers (wildeling) wordt door zijn sterke groeikracht vaak gebruikt voor het enten van hoogstambomen.

Kersenhappening

Ben je dol op kersen en wil je graag meer te weten komen over deze smakelijke vrucht? Kom op 9 juli 2017 zeker eens langs in Alden Biesen voor de 14de euregionale kersenhappening. Hét moment om op een smaakvolle manier kennis te maken met het rijke Vlaamse erfgoed aan historische kersenrassen.

Meer info: www.boomgaardenstichting.be