De provincie Limburg gebruikt cookies om jouw surfervaring op deze website gemakkelijker te maken.

Strikt noodzakelijke cookies
Deze cookies zijn strikt noodzakelijk om in de site te navigeren, of om te voorzien in door jou aangevraagde faciliteiten.
Functionaliteitscookies
Deze cookies verbeteren van de functionaliteit van de website door het opslaan van jouw voorkeuren.
Prestatiecookies
Deze cookies helpen om de prestaties van de website te verbeteren, waardoor een betere gebruikerservaring ontstaat.
Online surfgedrag gebaseerde reclame cookies
Deze cookies worden gebruikt om op de gebruiker op maat gemaakte reclame en andere informatie te tonen.

A tot Z (Weetjes)

Limburg boomt

Magische maretak

Vonden druïden een maretak op een eik, dan sneden ze hem af met een gouden sikkel. Nu moet je geen druïde zijn om een maretak te herkennen:  het zijn vreemde groene bollen die lijken te zweven tussen de takken. Dat is de maretak, die parasiteert op loofbomen.

Eentje op een eik vinden is een ander paar mouwen. Magisch bijna. Recent Limburgs natuuronderzoek legt enkele geheimen van de maretak bloot.

De maretak is een vrij bekende plant, al is het maar uit kerstfilms waar een kus gestolen wordt onder de "mistletoe". Het is een bolvormige heester met een doorsnede van 20 tot 100 cm, die parasiteert op loofbomen. De witte bessen worden door lijsters verspreid, waardoor je soms hele kolonies maretakken tegenkomt.

Een appeltje met maretak

Oorspronkelijk kwam de maretak vooral voor ten zuiden van de Demer: in Haspengouw, Voeren en de Maasvallei op aangeplante bomen.  In de 16de eeuw (Dodoens, 1554), voornamelijk op hoogstam appelbomen.

De verspreiding van de maretak hing dan ook af van het voorkomen van appelboomgaarden. In de 16de eeuw vond je ze in de buurt van boerderijen, kloosters en kastelen ten zuiden van de Demer. De hoge fruitbomen stonden in weilanden die door het vee begraasd werden. Pas sinds 1850, toen de fruitsector een professionele activiteit werd, kende de appel een explosieve toename.

Van appel naar populier

In de 19de en 20ste eeuw nam de Canadapopulier gedeeltelijk het gastheerschap over van de appelboom. De maretak vond men toen - en nu nog - in populieren op vochtige gronden en in appelbomen op de drogere hellingen. Nog steeds staat de verspreiding van de maretak in relatie met de oude centra voor de appelteelt, maar hij verspreidt zich meer en meer over de populierenbossen in de valleien. 74 % van de maretakken groeit in Canadapopulier, 20 % in hoogstamappel en 3 % in Robinia.

Bij grote kolonies worden ook soms andere loofbomen "besmet". Zeer zelden vind je een maretak op een zomereik. Misschien hadden de Keltische druïden het dan toch bij het rechte eind: een maretak op een eik moet wel magisch zijn ...

Op zoek naar nieuwe plekjes

Nu is de maretak vooral te vinden in populierenbossen. Door de professionalisering in de fruitsector zijn de hoogstamboomgaarden vervangen door laagstam. In de jaren ’70 kreeg men zelfs een rooipremie van 300 frank per gekapte hoogstamboom.

Toch is de maretak er de laatste jaren niet op achteruitgegaan. Voeren en de Zuid-Limburgse leemstreek tellen veel maretakken. In de overige regio’s in Zuid-Limburg is de soort wel nagenoeg afwezig. De populier en hoogstamappel komen er ook amper voor.

Maar er is verrassend nieuws uit het noorden. Men ging er vanuit dat de maretak ten noorden van de Demervallei niet voorkwam. Tot de Limburgse plantenwerkgroep van LIKONA op zeker 30 plaatsen in de Kempen maretak ontdekte.

Meestal gaat het over geïsoleerde maretakken, terwijl ze in het zuiden grote kolonies vormen. Toch zijn er al op 3 plaatsen kleine kolonies gevormd: in Kaulille, Kiewit en Kermt. In Zutendaal vind je grote oppervlakten met verschillende kleine kolonies geïsoleerde exemplaren.

Dit is toch wel bijzonder omdat men er lang van uitging dat de maretak een kalkminnende soort is. Rond de aanwezigheid van de maretak in de zandige Kempen is dan ook een ecologisch onderzoek gestart.