De provincie Limburg gebruikt cookies om jouw surfervaring op deze website gemakkelijker te maken.

Strikt noodzakelijke cookies
Deze cookies zijn strikt noodzakelijk om in de site te navigeren, of om te voorzien in door jou aangevraagde faciliteiten.
Functionaliteitscookies
Deze cookies verbeteren van de functionaliteit van de website door het opslaan van jouw voorkeuren.
Prestatiecookies
Deze cookies helpen om de prestaties van de website te verbeteren, waardoor een betere gebruikerservaring ontstaat.
Online surfgedrag gebaseerde reclame cookies
Deze cookies worden gebruikt om op de gebruiker op maat gemaakte reclame en andere informatie te tonen.

A tot Z (Weetjes)

Limburg boomt

10 tips om vogels te voeren

Vogels mag je het hele jaar door voeren. Ze gebruiken het aangeboden voedsel als aanvulling op hun natuurlijk dieet. In de winter valt er helaas niet meer zoveel te rapen. Om hun lichaamstemperatuur op peil te houden hebben ze toch extra energie nodig. Een tuin met lunchbuffet is dan handig meegenomen.

Vogels die weten waar ze kunnen aanschuiven, moeten minder lang rondvliegen om voedsel te zoeken en verbruiken minder energie. Ze maken een grotere kans om te overleven wanneer de koude plots aanbreekt. Met deze 10 tips help je de vogels de winter door en krijg jij er een prachtig schouwspel bovenop!

  1. Voeder zeker bij van december tot april. In deze periode is er weinig voedsel in de natuur en hebben vogels veel energie nodig.
  2. Voeder elke dag, liefst ’s ochtends. Zo kunnen de vogels na een koude nacht snel weer aansterken. Al snel zullen ze jouw ochtendritueel herkennen en staan te wachten. Een vieruurtje is ook welkom, zo kunnen ze voor de nacht nog wat energie tanken.
  3. Voer liever regelmatig kleine hoeveelheden dan een grote berg ineens. Niet alleen trek je zo ongewenste gasten als ratten en muizen aan, het eten kan ook beschimmelen.
  4. Geef geen zout voedsel, boter of margarine.
  5. Niet elke vogel eet hetzelfde. Roodborstjes zijn dol op meelwormen, kool- en pimpelmeesjes hangen graag aan vetbollen te bengelen.
    Voorzie dus verschillende soorten voer op verschillende plaatsen. Hang vetbollen en ongebrande, ongezoute pindaslingers in bomen of struiken. Strooi universeel vogelvoer, meelwormen of zonnebloempitten op de voedertafel en op een sneeuwvrij plekje op de grond. Ook ongekookte havermout, bessen, fruit, broodkruimels, kaas zonder korsten en gekookte aardappels hebben succes.
  6. Mussen zijn dol op kruimels: schud het hele jaar door het tafelkleed buiten uit.
  7. Als het vriest kun je beter volledige stukken fruit geven, zodat het niet bevriest.
  8. Plaats je voedertafel in de buurt van struiken en bomen, zodat vogels kunnen schuilen of wegvluchten bij gevaar. Zorg dat de kat geen verrassingsaanval kan uitvoeren!
  9. Met een vogelbad en drinkbadje zorg je voor een extra verwennerij voor de vogels. Doe geen suiker of zout in het water tegen het vriezen, maar vervang het regelmatig.
  10. Wil je zelf van het spektakel genieten? Zet je voedertafel dan in de buurt van een raam. Ook niet té dicht, anders knallen de vogels tegen het raam. Zo geniet ook jij mee van de natuur.